Meer Info
In 1958 werd Burkina Faso een zelfstandige staat binnen de Franse Gemeenschap en op 5 aug. 1960 een onafhankelijke republiek met M. Yaméogo als president. In jan. 1966 zette de stafchef van het leger, luitenant-kolonel S. Lamizana, de president af, schortte de grondwet op en riep zichzelf uit tot staatshoofd. Het leger behield de overhand, maar stond in 1970 een nieuwe grondwet en verkiezingen toe. In 1971 werd een burgerregering gevormd, die in 1974 evenwel door Lamizana werd afgezet.
De onrust in het land was mede een gevolg van de in 1973 in Burkina Faso en andere Sahellanden uitgebroken hongersnood. In okt. 1977 werd, in het kader van de terugkeer naar een burgerregering, het uit 1974 daterende verbod op de politieke partijen opgeheven. In 1978 vonden presidentsverkiezingen en verkiezingen voor de nieuwe Assemblée plaats. Lamizana werd tot president gekozen. Er volgde een tijd van grote politieke onrust en in mei 1979 werden de politieke partijen verboden.
Op 25 nov. 1980 werd een staatsgreep gepleegd door kolonel Saye Zerbo, die op zijn beurt wegens incompetentie in 1982 moest wijken voor de arts Jean-Baptiste Ouédraogo. Deze benoemde de jonge legerkapitein Thomas Sankara tot minister-president. Sankara was populair in het leger en onder boeren, maar niet bij de hogere, conservatieve legerstaf en een jaar later liet Ouédraogo hem zelfs enige tijd gevangen zetten.
Op 4 aug. 1983 werd Ouédraogo zelf afgezet bij een staatsgreep onder leiding van Sankara. De naam van de staat werd op 2 aug. 1984 veranderd van Boven-Volta in Burkina Faso.
Economie
Burkina Faso behoort met een inkomen van (1996) $ 300 per hoofd van de bevolking tot de armste landen van de wereld. De bodem bevat vrijwel geen natuurlijke rijkdommen, het land grenst nergens aan zee en de kortste afstand tot de kust bedraagt ca. 800 km. Van de beroepsbevolking is 84% werkzaam in de landbouw. Door het gebrek aan goede grond en werkgelegenheid zijn vele Burkinezen genoodzaakt werk te zoeken in de naburige kuststaten. Het land heeft zwaar te lijden gehad van de droogteperiode van 1968 tot 1974; ook daarna heeft de landbouwopbrengst geleden onder de droogte. Het enorme houtverbruik (gebrek aan andere energiebronnen) legt een zware claim op het bosbestand en vergroot het gevaar van ecologische verstoringen (erosie, woestijnvorming).
Landbouw, veeteelt en visserij
Landbouwgronden beslaan ca. 54.000 km2 (20% van de totale oppervlakte). Hiervan wordt jaarlijks echter slechts een klein deel bebouwd, wat o.m. samenhangt met het algemeen toegepaste systeem van shifting cultivation, waardoor voortdurend grote stukken land enkele jaren braak liggen. De landbouw wordt doorgaans met primitieve middelen bedreven. Toch stijgt de opbrengst van de akkers jaarlijks aanzienlijk, zodat de landbouw de kern is van de groei. Ten behoeve van de watervoorziening worden op diverse plaatsen irrigatiewerken uitgevoerd, zoals in de droge vlakte rond Zhorgo ten behoeve van de rijstcultuur. Als voedingsgewassen worden vooral verbouwd sorghum en parelgierst, maïs, rijst, bataten, yammen, taro en cassave. Aardnoten, sesam en kariténoten dienen deels als voedingsgewas, deels voor lokale industriële verwerking (oliën en vetten). Katoen is het belangrijkste handelsgewas; katoenzaad- en vezel zijn samen goed voor 50% van de exportwaarde. Verder zijn er rietsuikervelden nabij Banfora.
Bevolking
De inheemse bevolking omvat ca. 160 etnische groepen. De grootste bevolkingsgroep (ca. 50%) vormen de in het centrale deel van het land gevestigde Mossi. Daarna volgen de nomadische Fulani (10%), die langs de noordelijke grens wonen, de Lobi (7%) in het zuidwesten, de Mandé (7%) in het noordwesten, de Bobo (7%) in het zuidwesten en de Gourma (5%). De in het land levende buitenlanders (ca. 15.000) zijn bijna uitsluitend Fransen.
Meer dan de helft van de bevolking is gevestigd in het centrale deel van het land, het gebied tussen Volta Noire en Volta Blanche en in enkele direct ten noordoosten daarvan gelegen streken. Vooral het oosten is dun bevolkt. Slechts 17% van de bevolking woont in de steden, waarvan de grootste zijn (schattingen 1994) Ouagadougou (635.000 inw.), Bobo Dioulasso (270.000), Koudougou (52.000) en Ouahigouya (39.000).
In de periode 1980-1992 bedroeg de jaarlijkse bevolkingstoename 2,6%. In 1990 was 44% van de bevolking niet ouder dan 15 jaar. De gemiddelde leeftijdsverwachting bij geboorte bedroeg in 1991 46 jaar voor mannen en 49 jaar voor vrouwen.
Taal
De officiële taal is het Frans. Het aantal inheemse talen is groot: men onderscheidt twaalf hoofdgroepen, die tezamen ca. 90 talen en dialecten omvatten. Handelstalen zijn ook Arabisch en Engels.
Religie
De meerderheid van de bevolking (ca. 70%) belijdt traditionele natuurreligies; 25% behoort tot de islam, die vooral in het noorden en westen van het land sterk is vertegenwoordigd; 10% van de bevolking is overgegaan tot het christendom, merendeels tot het rooms-katholicisme. Er is een rooms-katholiek aartsbisdom (Ouagadougou) met acht bisdommen.
Bron: Nederlandse Ambassade te Ouagadougou